Hartelijk dank, Kees (in ZVV-kringen ook wel ‘mopper-Kees’ genoemd), voor het doorgeven van deze pengel. Ik voel mij toch ook genoodzaakt om een stukje te herschrijven. Ten aanzien van jou ben ik namelijk een ervaringsdeskundige, want wij hebben minimaal 25 jaar “samen” gevoetbald. Inzicht, snelheid en techniek waren volgens jou jouw sterke punten. Ik wil natuurlijk niet negatief overkomen en heb dit voor de zekerheid nog even gecheckt bij enkele ZVV’ers. Wij kwamen eigenlijk unaniem tot dezelfde conclusie: de beschreven vaardigheden waren bij jou totaal niet aanwezig. Ik hou het maar op vergeetachtigheid in plaats van zelfoverschatting.

Mijn naam is Paul Kruitbos en ik woon samen met Irma in Vaassen.
Volgens onze ledenadministrateur ben ik officieel lid vanaf 1 augustus 1971. Na eerst een glansrijke carrière bij de padvinders leek het mijn moeder toch beter om mij naar het voetballen te sturen. De kosten van het aantal ingeschoten ruiten in huis overtroffen namelijk met gemak de jaarlijkse contributie van de voetbalclub. De keuze was dus snel gemaakt: beter daar tegen ballen aantrappen dan tegen de ramen thuis.
Wij woonden destijds aan de Schoonbroeksweg 7, schuin achter het trainingsveld, en zodoende werd het ZVV. Samen met buurjongen Hans Ganzevles, die in huize Schoonbroek woonde, meldden wij ons aan bij de heer en mevrouw Hellendoorn. We begonnen beiden in P2: Hans als keeper en ik in de achterhoede. Het eerste jaar wonnen we niet vaak. De uitwedstrijden begonnen altijd bij café De Trek aan de Oosterlaan en werden met de fiets afgelegd. Dat kun je je nu eigenlijk niet meer voorstellen.
Na de P-tjes belandde ik twee jaar in C1, daarna twee jaar in B1 en vervolgens nog twee jaar in de overgangsklasse voordat wij naar de senioren moesten overstappen. Ik kan mij van die periode eigenlijk weinig herinneren. Als er nog foto’s zijn, hou ik mij aanbevolen. Wel weet ik nog dat we in de overgangsklasse trainer Joop van het Einde kregen. Hij wist ons zo enthousiast te maken dat we zelfs in een kampioenschap gingen geloven. De laatste twee wedstrijden werden serieus aangepakt. Om elf uur vertrokken we voor een ontspannen wandeling bij de Loenense waterval met aansluitend een lichte lunch. Daarna speelden we om 14.30 uur tegen Loenermark, waar een neef van mij speelde. De wedstrijd eindigde in een gelijkspel, waardoor een andere club kampioen werd. Van dat elftal herinner ik me nog veel namen: Jan Jansen (keeper), Tommy Tijhuis, Wim Kers, Cees Veddeler, Coen van der Zouwen, René Koetsier, Jan Bonenberg en ook nog één van de gebroeders Moal.

In 1978 was het tijd om over te stappen naar de senioren. Onder trainer Cees van der Zouwen trainden we in de eerste zes weken van het seizoen twee dagen per week in de omgeving van het Orderbos. De trainingen bestonden hoofdzakelijk uit lopen, intervaltraining en soms iemand op de rug meenemen in het zand bij Assel. Ik herinner me nog dat Lex Bakker regelmatig over zijn nek ging door de zware training. Ook raakten we een aantal keren de groep kwijt, maar Cees vond ons dan met de auto terug en bracht ons weer naar de club. Hij liep zelf altijd voorop bij deze trainingen. Als er veel regen was gevallen, stond Cees ’s middags al op het trainingsveld gaten te prikken met een greep, zodat het water sneller wegliep.
Ik voetbalde voornamelijk in het tweede en deed af en toe mee met het eerste. Dit stelde niet veel voor. Ik had namelijk een hekel aan lopen en mijn trainingsethos was niet bepaald voorbeeldig. In deze periode kwamen er ook twee Engelse mannen bij ons voetballen: Mike en Keith, die bij Philips Data Systems werkten. Wij werden uitgenodigd om ook een keer in Engeland te spelen. De heen- en terugreis met de boot kan ik mij nog goed herinneren: die was eigenlijk het leukste, met livemuziek van Geo Aarden. Het verblijf zelf was niet om over naar huis te schrijven. Ik zat samen met Hans (badmeester) Kuiper in de kost bij een Engelse vrijgezel. Hij vertelde ’s avonds dat ons ontbijt in de koelkast lag, omdat hij vroeg naar zijn werk moest. In die koelkast lag alleen het stuk kaas dat ik zelf had meegenomen als bedankje. Dat hebben Hans en ik toen maar in zijn geheel opgegeten.
Na trainer Van der Zouwen kwam Albert Mens als hoofdtrainer. Hij introduceerde de ‘kopgalg’ bij ZVV. Dat was niets voor mij, dus ik bedankte vriendelijk. Hij was daar niet blij mee en stuurde mij van het trainingsveld af. Later is dat gelukkig weer goedgekomen. Albert was de cultuur en mentaliteit bij ZVV niet gewend. Je had zijn verbazing moeten zien toen er op een zondagochtend al twee spelers onder de douche stonden vóór de wedstrijd. Ze waren rechtstreeks uit de kroeg gekomen en probeerden zo wakker te worden. Toch hielden ze het vaak nog een halve wedstrijd vol.
Onder Albert werden wij met het tweede elftal in hetzelfde jaar als het eerste kampioen, op dezelfde dag zelfs. Wat een feest! Ik weet er niet meer alles van, maar wel dat mijn chef bij Philips, Piet Hoving, zei: “Neem jij morgen maar een vrije dag.” Dit was het enige kampioenschap dat ik heb meegemaakt tijdens mijn voetbalperiode. Maar het kan erger: laatst las ik een pengel van iemand die in 45 jaar nog nooit kampioen was geworden. Dat is pas sneu.
Ook was er nog een hoofdtrainer, meneer Nab uit Brummen, die geen auto had en altijd met de bus kwam. Er waren altijd wel een paar mensen die hem ophaalden en terugbrachten naar het busstation, meestal René Lieferink. Nab was een zeer aardige man. Als je tijdens de training geen zin had of moe was, kon je rustig even met hem praten over allerlei zaken. Dan hoefde je geen rondjes te lopen. Ik heb daar destijds dankbaar gebruik van gemaakt.
Na tien jaar in het tweede werd duidelijk dat mijn tijd daar erop zat en verkaste ik naar het derde elftal, waar Jan Paalman de scepter zwaaide. We hadden een redelijk elftal met veel oud-selectiespelers, zoals Jan Zevenhuizen, Ronnie van Woudenberg en Harry Pijnenborg. Thuiswedstrijden wonnen we vaak dankzij de grensrechter, en daar deed nooit iemand moeilijk over.

Na een aantal jaren in het derde werd ik door Wim van Campen gevraagd om over te stappen naar de veteranen. Geweldig om als ‘broekie’ van 38 bij de veteranen te spelen. Legendarische wedstrijden tegen de club aan de Ankelaarseweg en Apeldoornse Boys staan nog vers in mijn geheugen. Het mooiste was de zondagmorgen, wanneer Willem de opstelling bekendmaakte. Uit de binnenzak van zijn leren jas (volgens hem echt varkensleer) haalde hij een papiertje met de namen. De avond ervoor had hij die lijst uitgedokterd. Als ik na de wedstrijd vroeg: “Hoe vond je het, Willem?” antwoordde hij vaak: “Je was onzichtbaar vandaag, Kruitbos.”
Ook het veteranentoernooi bij v.v. Beatrix is mij nog goed bijgebleven. We wonnen één keer de beker, die Henk Blaak met tranen van emotie ophaalde. Het feest na afloop met livemuziek, bier en striptease door de plaatselijke zangeres was onvergetelijk en voor die tijd behoorlijk gewaagd. De uitjes van de veteranen gingen meestal naar Amsterdam. Daar zal ik niet te veel over uitweiden, want veel van de mensen die erbij waren lopen nog bij ZVV en zouden mij dat aanrekenen.


Na het bereiken van de leeftijd van 53+ zag ik wel in dat mijn voetbalcarrière definitief voorbij was. Het deed gewoon pijn om naar te kijken en ’s morgens deed alles zeer. Daarna ben ik een aantal jaren rustend lid geweest, tot Jan Zevenhuizen mij op een donderdagavond vroeg mee te doen met het opstartende walking voetbal. Ik dacht: dat loopt zo’n vaart niet. Nou, wel dus. Binnen de kortste keren werden er trainingen georganiseerd door de KNVB onder leiding van Joop Kols en Kees Kist. We spelen nu nog geen wedstrijden, maar hebben op woensdagochtend ontzettend veel lol om onze eigen gebreken en die van elkaar. We kunnen echter nog best wat voetballers gebruiken. Dus: schroom niet en kom een keer vrijblijvend kijken. Het is zeer laagdrempelig. Wel graag voetbalhumor meebrengen.
Vrijwilligerswerk en slot
In het verleden heb ik samen met Bert Herms de kantine schoongemaakt op vrijdagochtend. Hiervoor gebruikten we een speciale machine, bekend als de Zamboni. Daarvoor moesten alle tafels en stoelen naar één kant van de kantine worden geschoven, zodat we de andere kant konden schoonmaken, en daarna het hele ritueel weer de andere kant op. Bij het schuiven van het meubilair kregen we vaak hulp van Jan van den Berg. Na een tijdje stopten we, omdat de Bixo zelf de schoonmaak ging doen.
Daarna heb ik mij aangemeld voor de maaiploeg. Na twee jaar op de wachtlijst kreeg ik bericht dat ik was toegelaten en werd ik ingewerkt door Hans G. De eerste maand bestond het inwerken voornamelijk uit achter de trekker meelopen. Na die periode moest ik een klein examen afleggen, dat ik volgens Hans met de hakken over de sloot haalde. Nu mag ik op diverse trekkers rijden en zelfs al de sproeier verzetten als er verder niemand is.
Ik hoop dat ik nog vele jaren, donderdagavonden, kampioenschappen en jubileumfeestjes mag meemaken. Ook al woon ik nu al meer dan 35 jaar in Vaassen, de reisafstand heb ik er graag voor over.
De volgende pengel geef ik graag door aan Rainer Kühn. Ik ben benieuwd naar zijn verhaal.