Dat ZVV’56 Zondag 2 al jarenlang uitstekend presteert, is inmiddels geen geheim meer. Sterker nog: de prestaties zijn zo goed dat de aanmeldingen inmiddels harder binnenkomen dan de biertjes na een thuisoverwinning. Steeds meer spelers dromen van een plek in het paradepaardje van ZVV, al blijft het de vraag of ze vooral komen voor het voetbal of voor de verhalen na afloop. Met een selectie van 28 spelers zit de zondag echter propvol. Wekelijks moeten er jongens teleurgesteld worden, want hoe graag de technische staf ook wil puzzelen: er passen nu eenmaal maar achttien namen op het formulier. De rest mag hopen op griep, verjaardagen of een plotselinge romantische verplichting bij de concurrentie.
Dat de mannen niet konden wachten om weer op het veld te schitteren, werd de afgelopen weken wel duidelijk. Vijftien man op de training was eerder regel dan uitzondering; een aantal waar menig trainer normaal gesproken alleen van droomt na drie speciaalbier. Waar andere elftallen op vrijdagavond nog wanhopig in groepsapps zoeken naar iemand met twee benen en een wasbare broek, moesten wij de aanmeldknop al uitzetten op de dag nadat deze beschikbaar kwam: negentien aanmeldingen. Luxeproblemen dus, maar dan zonder dashboard.

Om een selectie van 28 man in goede banen te leiden, besloot Paul Blaak zich aan te sluiten bij de technische staf. Met bijna vijftig jaar voetbalervaring is hij een welkome aanvulling voor deze gretige groep spelers. Bovendien had Paul al vaker subtiel aangegeven graag de opstelling te willen maken. Subtiel als in: “dat is niet zo moeilijk” en “ik kan dat beter”. Dan weet je genoeg. Zijn eerste uitdaging was het bepalen van de nieuwe tactiek en de bijbehorende opstelling. Die eerste opstelling zullen we niet snel vergeten. In een revolutionair 4-4-3-systeem combineerde Paul niet alleen het beste van 4-4-2 en 4-3-3, hij loste ook meteen het probleem van zeven wissels op door simpelweg met twaalf man te starten. Visionair denken noemen ze dat.
Helaas zijn scheidsrechters doorgaans minder innovatief dan Paul, dus begonnen we de eerste wedstrijd toch maar gewoon in een ouderwets 4-3-3-systeem. Dat er een nieuwe wind waait, bleek ook uit het appje van onze aanvoerder op zaterdagavond om 23.00 uur. Geen “nog één drankje”, geen “nog één aflevering op Netflix” en zeker geen “ik zie wel hoe laat het wordt”: iedereen werd geacht op tijd naar bed te gaan. Zondagochtend bleek dat dit bericht bij een aantal spelers wel was aangekomen, maar vermoedelijk onder het kopje “ongelezen maar toch gezien”. De kleine oogjes spraken boekdelen. John (één minuut) en Ruud (25 minuten) ontdekten bovendien dat te laat komen genadeloos werd bestraft met een plek op de bank. Discipline is belangrijk, zeker als anderen die voor je moeten hebben.
Daarmee zag de eerste opstelling van seizoen 2026-2027 er als volgt uit:
Van de Stadt op goal. Achterin, van links naar rechts: Tim, Mark, Dekker en Patje. Het middenveld werd gevormd door Segerink, Jesse en Ruben. In de aanval mochten Lorenzo, Berg en Sjoerd voor de doelpunten zorgen.
Met Jordao, Levay, Jasper, Leliveld, Ruud, Pluim en Weys had Paul bovendien een bank tot zijn beschikking waar menig vierdeklasser u tegen zegt. Of in ieder geval zachtjes “sterkte” tegen fluistert.
Dat de beginopstelling niet alleen op papier sterk was, bleek al snel. Na twee minuten was de eerste grote kans voor Lorenzo. De keeper wist een schot van Sjoerd nog naar de zijkant te boksen. Lorenzo reageerde attent, maar kon de afvallende bal net niet genoeg richting meegeven. Zijn inzet eindigde in het zijnet: jammer voor de statistieken, prettig voor de spanning en een eerste waarschuwing voor iedereen die dacht dat wij rustig wilden beginnen.
Doordat Mark in balbezit goed inschoof naar het middenveld, kwamen we daar met een man meer te staan. Segerink, Ruben en Jesse kregen daardoor alle ruimte om aanval na aanval op te zetten. Na de 0-1 van Berg — diep gestuurd en met een simpel tikje langs de keeper binnengeschoven — leek het wachten op de 0-2. Gazelle stond erbij alsof ze net de spelregels van buitenspel opnieuw aan het lezen waren.
Met Mark die goed doorschoof en Berg die zich tussen de linies aanspeelbaar maakte, wisten de middenvelders van Gazelle niet meer of ze moesten dekken, meelopen of alvast om een wissel vragen. Helaas wilden we zelf iets te graag naar voren en liepen we zo vaak buitenspel dat de grensrechter waarschijnlijk spierpijn in zijn arm kreeg.
Tot aan de dertigste minuut hadden we van de tegenstander weinig te duchten. De afstandsschoten waren onvoldoende om de sterk keepende Van de Stadt echt wakker te schudden. Patje was totaal niet onder de indruk van zijn directe tegenstander, die ruim dertig jaar jonger was en daarmee op papier vooral in het voordeel leek bij sprintjes naar de kantine. En als ze er op snelheid toch een keer langs glipten, stond Dekker op de juiste plek om de boel met ouderwetse degelijkheid op te ruimen.
Er leek geen vuiltje aan de lucht, totdat we besloten de tegenstander een vrije trap cadeau te doen op de rand van de zestien. Een attent gebaar, maar voetbaltechnisch matig getimed. Het cadeautje werd fantastisch over de muur en in de kruising geschoten, buiten bereik van Wouter: 1-1.
Daarna werd het vooral overleven tot de rust. Waar wij de bal niet meer in de ploeg konden houden, rook Gazelle bloed. Of misschien gewoon onzekerheid, dat kan ook. Op slag van rust werd er na onnodig balverlies te veel achteruitgelopen. De opstomende middenvelder profiteerde en schoot de bal droog linksonder in de hoek: 2-1. Een stand die nergens op sloeg, behalve op het scorebord. Ondanks het feit dat we het grootste deel van de eerste helft hadden gedomineerd, zochten we enigszins beduusd de kleedkamer op. De tweede uitdaging voor Paul Blaak was duidelijk: deze onnodige achterstand moest worden omgebogen naar de eerste driepunter van het seizoen. Met een flinke lading wissels, nieuwe energie en hopelijk iets minder zelfdestructie was het aan ons om Pauls woorden om te zetten in goals.
Vol vertrouwen begonnen we aan de tweede helft. Van de Stadt mocht na een sterke eerste helft blijven staan. Achterin was er plek voor Jasper, Pluim, Dekker en Ruben. Het middenveld bestond uit John, Ruud en Levay. Voorin waren Sjoerd, Leliveld en Jordao verantwoordelijk voor de goals.
In de tweede minuut na rust was het direct raak. Na een mooie steekbal van John op Jordao kon hij alleen op de keeper af. Jordao hield goed het overzicht en legde de bal breed op de meegelopen Ruud, die niet meer kon missen. En dat deed hij gelukkig ook niet: 2-2. Drie minuten later volgde hetzelfde recept, alsof het zo in Pauls nieuwe kookboek stond: “Hoe draai ik een wedstrijd om in vijf minuten?” Dit keer was het Leliveld die Jordao in de diepte aanspeelde. Opnieuw koos Jordao onzelfzuchtig voor de assist, waarna Sjoerd de bal eenvoudig kon binnentikken: 2-3. In vijf minuten tijd was de wedstrijd volledig omgedraaid en keek Gazelle alsof ze per ongeluk de tweede helft van een andere wedstrijd waren binnengelopen.
Vraag me daarom ook niet wat er precies gebeurde bij de 3-3. Ik weet alleen dat die goal volledig uit het niets kwam vallen, ongeveer zoals een blauwe envelop: ongewenst, onverwacht en met directe gevolgen.
Daarna werden we opnieuw slordig aan de bal en wilden we weer in drie passes van eigen zestien naar de samenvatting op ESPN. Ondertussen vestigde de tegenstander alle hoop op de lange bal. Pluim was vandaag echter onklopbaar in de lucht en won vrijwel ieder duel. Als Gazelle nog een hoge bal overwoog, hadden ze net zo goed meteen een retourlabel kunnen printen. Met Dekker, die iedere bal achter de verdediging wist op te pikken, en Ruud als stofzuiger op het middenveld, kregen we weer grip op de wedstrijd. Niet altijd sierlijk, wel noodzakelijk. En soms is dat op zondagochtend precies genoeg.
Voorin was Jordao ondertussen ongrijpbaar. Het enige smetje waren de vele grote kansen die onbenut bleven; de keeper van Gazelle wist de ene na de andere inzet te keren en speelde daarmee een hoofdrol in de categorie “irritant maar helaas toegestaan”. Dan maar terug naar het recept dat eerder al werkte: de bal breed leggen. Pluim nam een vrije trap slim en vond Boertie, die de bal in één keer strak voorgaf richting de tweede paal, waar Jordao alweer klaarstond om toe te slaan. Alleen besloot een verdediger van Gazelle het werk alvast voor hem te doen en de bal onhoudbaar achter zijn eigen keeper te werken: 3-4. Niet iedereen kan zeggen dat hij voor ZVV’56 Zondag 2 heeft gescoord, maar deze jongen dus wel.
Segerink mocht in de slotfase de moegestreden Sjoerd nog even aflossen en stond direct aan de basis van de 3-5. Met een karakteristieke bal buitenkant links zette ook hij Jordao nog één keer alleen voor de keeper. Ditmaal liet Jordao zich niet aftroeven en schoot hij hard raak: 3-5. Eindelijk zelf scoren, alsof iemand hem had uitgelegd dat assists niet meetellen voor de topscorerslijst.
Uiteraard zijn we tevreden met de eerste overwinning van het seizoen en bij vlagen ook met het vertoonde spel. Tegelijkertijd werd vandaag duidelijk dat de score hoger had kunnen uitvallen als we voor de goal iets koeler waren geweest dan een tosti-ijzer na de derde helft. Ook drie tegendoelpunten waren eigenlijk niet nodig geweest; dat zijn er minstens twee te veel voor een ploeg die zichzelf serieus neemt, maar precies genoeg voor een spannend verslag. Komende week proberen we thuis tegen Sallandia de volgende stap te zetten in dit proces. We spelen om 10.00 uur op eigen veld, waar we inmiddels al een jaar ongeslagen zijn. Aan ons de taak om die lijn door te trekken — het liefst met drie punten, iets minder chaos en opnieuw genoeg stof voor een verslag.